Na het beëindigen van opleidingsvorm 3 bestaat er een mogelijkheid tot het volgen van een “Alternerende BeroepsOpleiding”. Dit wil zeggen dat de leerlingen zich verder bekwamen door 2 dagen per week les te volgen en 3 dagen per week stages te doen in een bedrijf.

De Alternerende BeroepsOpleiding (ABO) is een opleiding van één schooljaar in de vorm van alternerend leren en werken.

Tijdens de ABO:
  • De leerling kan werkervaring opdoen.
  • De arbeidsattitudes worden getraind: bv. werktempo versnellen, nieuwe taken aan te leren, omgaan met collega’s en bedrijfsleiders, doorwerken, volhouden, stiptheid, zelfstandigheid.
  • Realiseren van een tewerkstelling na het volgen van de stage.

Op deze manier tracht men de tewerkstellingskansen op de arbeidsmarkt te verhogen.


Voordelen voor een ABO leerling

• De leerling kan als een toekomstige werknemer inwerken op maat van het bedrijf, en dit 3 dagen per week gedurende een hele schooljaar.
• De leerling is ingeschreven bij de VDAB, waardoor zijn beroepsinschakelingstijd al begint te lopen tijdens de ABO.
• De werkgever heeft de mogelijkheid om over te gaan tot een langdurige tewerkstelling na een positieve evaluatie.

Meerwaarde van ABO

Cijfers van VDAB uit 2012 tonen dat 1 jaar na het verlaten van de school, nog steeds 35% van de
BuSO-schoolverlaters die geen ABO hebben gevolgd, nog ingeschreven is als werkzoekende bij
de VDAB.
Schoolverlaters die ook een alternerende beroepsopleiding volgden, presteren beter
(26% ex-ABO-cursisten is na de ABO nog werkzoekend). De werkervaring en attitudes die werden opgedaan tijdens het aanvullende schooljaar blijken van grote waarde te zijn bij het vinden van een job na het verlaten van de school.
Globaal gezien levert het volgen van een ABO een aanzienlijk voordeel op in het vinden van werk.